De opkomst van de menselijke manager


De afgelopen jaren zaten er nogal wat managers bij mij aan tafel. Zo is daar bijvoorbeeld de account-manager. Een veelvoorkomend soort die zich ophoudt in verschillende branches. Hij is goed gebekt, over het algemeen representatief en gedijt goed in een resultaatgerichte omgeving. In de volksmond ook wel vertegenwoordiger genoemd. Een ander type manager is de projectmanager. Dit soort denkt in stappen, is oplossingsgericht en heeft regelmatig last van zijn korte spanningsboog waardoor hij - naar eigen zeggen - snel verveeld raakt. Is verslaafd aan afwisseling en verantwoordelijkheid. Ook de interim-manager is het vermelden waard. Dit is een conjunctuurgevoelig type met bindingsangst. Weet in een handomdraai ‘waar het om gaat’ en durft beslissingen te nemen over zaken waar hij over een tijdje niets meer mee van doen heeft. Er ontstaat nogal eens verwarring doordat hij zichzelf ondernemer noemt, maar zich als werknemer gedraagt. Een ander bijzonder exemplaar is de asset-manager. Materialistisch ingesteld en spreekt een eigen taal. Zo kan hij het bijvoorbeeld hebben over een diversified portfolio met een focus op emerging markets, waarbij leverage, net exposure en debt security in ogenschouw worden genomen. Ook noemenswaardig is de management-trainee. Dit is een uitzonderlijk talentvol soort dat wordt opgeleid in iets waarvan hij de klok heeft horen luiden, maar niet weet waar de klepel hangt. Ontzettend nuttig binnen traditionele organisaties waar vraagstukken over efficiency en overhead meer norm dan uitzondering zijn. Is ambitieus en wil van toegevoegde waarde zijn. Dan hebben we onder andere nog de in statuten en reglementen verzandende HR-manager, de lunch verzorgende facility manager en de in enen en nullen denkende IT-manager… Ze zaten allemaal bij mij aan tafel. Allen met dezelfde onderliggende kernvraag: wie ben ik?

In een samenleving met een wildgroei aan management opleidingen, waar managen een werkwoord is en waar managementboeken vaker op sinterklaaslijstjes staan dan wereldliteratuur, is dat misschien niet eens zo gek. Deze management-tombola doet al snel vergeten dat de manager in de eerste plaats een mens is. Een mens van vlees en bloed met gevoelens en gedachten, met eigenschappen en interesses, met ervaringen en dromen: je bent mens, je werkt als manager. Maar zodra de eigen levensloop ondersneeuwt, persoonlijke eigenschappen en interesses worden vergeten, en de passie langzaamaan dooft, dan blijft er niets anders over dan een lege functionele managers-huls. Het is daarom zaak ook in de functie van manager jezelf niet uit het oog te verliezen. Om af en toe even stil te staan bij wie je bent, wat je kan en waarom je doet wat je doet. Want dan verschijnt vanzelf jouw stip aan de horizon en (her)ontdek je de weg er naartoe. Er ontstaat ruimte om te groeien als mens en meer succesvol te zijn in de functie van manager.

De personen die bij mij aan tafel zaten, realiseren zich dit inmiddels. Zij leiden een meer gepassioneerd leven en werken vanuit hun kracht met veel plezier en succes aan hun management-carrière. Zij behoren tot de kopgroep van een nieuw soort manager: de menselijke manager. Samen werken ze aan een structurele verandering van het management binnen organisaties.

Wanneer voeg jij je bij deze groep?


Recente columns

© 2011 by Sander de Vries